Op 12 januari 78 jaar, 🎉gefeliciteerd🎉. Heb haar gevoeld als een humoriste en maar schateren. Leuk, en opa Herman ook al zo’n grappenmaker. Ik vond en vind mijn pa altijd de kees van Kooten, mijn moeder heeft meer de Toon Hermans, Herman van Veen en een eigen humor. Geestig, wist niet dat ze het in zich had. Ik zag het bij Stijn die vanaf dag 1 tot en met twee jaar eigenlijk continu aan het schateren was, “waar ben ik nou weer terecht gekomen, joh, wat is dit voor maffe planeet ?” Die brullach van Stijn komt van mijn moeder ! Vond mijn pa meer buitenaards en ik was zo verbaasd dat die stoere sportieve man, kampioen sprint oost Nederland, niet kon zwemmen. Wat kon ze, lucie, schitterend kunst schaatsen, prachtig ! Zag er werkelijk schitterend uit !
BOY 1924, Llandaff, Wales, great britain, 5 vriendjes van 8 jaar bij elkaar
Eèn van mijn vrienden, Thwaites heette hij, 8 jaar, zei dat je nooit dropveters moest eten. Thwaites’ vader, die dokter was, had hem verteld dat ze van rattenbloed gemaakt werden. De vader had zijn zoontje een hele preek gegeven toen hij hem met een dropveter betrapte in bed. ‘Iedere rattenvanger in het land’, had de vader gezegd,’ brengt zijn ratten naar de dropveterfabriek. De directeur betaalt ze twee pence per rat. Heel wat rattenvangers zijn miljonair geworden door hun dode ratten aan de fabriek te verkopen.’
‘Maar hoe maken ze dan dropveters van die ratten ?’ had de jonge Thwaites aan zijn vader gevraagd. ‘Ze wachten tot ze er tienduizend hebben,’ had de vader geantwoord. ‘Dan gooien ze alle ratten in een reusachtige, glimmend stalen ketel en laten ze verscheidene uren koken. Twee mannen roeren in de ketel met lange stokken. Ten slotte hebben ze een dikke, dampende rattenragoût. Daarna laten ze een stamper in de ketel zakken om de botten fijn te stampen en wat er overblijft is een dikke brij die rattenpulp wordt genoemd.’
‘Ja, maar hoe maken ze daar dropveters van, pap ?’ had de jonge Thwaites gevraagd. Voor zijn vader deze vraag beantwoordde, had hij volgens Thwaites even moeten nadenken. Ten slotte had hij gezegd: ‘De twee mannen die er met lange stokken in hebben geroerd, doen nu kaplaarzen aan en klimmen in de ketel om de hete rattenpulp eruit te scheppen op een betonnen vloer. Daarna gaan ze er een paar keer met een stoomwals overheen om het plat te maken. Het resultaat lijkt op een reusachtige zwarte pannenkoek. Het enige wat ze daarna nog hoeven te doen, is het te laten afkoelen en hard te laten worden, zodat ze het in reepjes kunnen snijden om er dropveters van te maken. Denk erom dat je ze nooit eet,’ had zijn vader gezegd. ‘Je krijgt er rattitis van.’
‘Wat is rattitis, pap?’ had de jonge Thwaites gevraagd.
‘Alle ratten die de rattenvangers vangen, zijn vergiftigd met rattengif,’ had zijn vader gezegd. ‘Het is het rattengif waar je rattitis van krijgt.’
‘Ja, maar wat gebeurt er dan als je het krijgt ?’ had de jonge Thwaites gevraagd.
‘Dan worden je tanden scherp en puntig,’ had zijn vader geantwoord, ‘en er groeit een kort stomp staartje uit je rug, net boven je bibs. Rattitis is niet te genezen. Ik kan het weten. Ik ben dokter.’
Wij vonden Thwaites’ verhaal allemaal prachtig en we lieten het hem vaak vertellen op weg naar school en terug. Maar op Thwaites na gingen we allemaal gewoon door met dropveters eten.
Roald Ratchet Dahl

Geen opmerkingen:
Een reactie posten